Vorst van de ballingschap

Titel
Vorst van de ballingschap

Jaar
1955

Pagina's
324



kun je dat enerverende gebrei ook eens een paar weken staken. Het dwarrelt voor m’n ogen.”

„Ja, Brammie. Ik verwacht je uitnodiging voor onze Franse reis. Het is nu de tijd voor Parijs en zuinig behoeven we niet te zijn. Antiek gaat slecht, maar tabak is goud geworden.” „Wat zeg je daar?”

„Begrijp je me niet meer? Waar is je geest van tien of twintig jaar geleden?”

„Die heb jij helemaal opgeslokt, Sien. Maar wat weet jij van tabak?”

„Alles, Brammie. Mijn wetenschap staat pari. En ik verlang tien procent voor mijn armen.”

„Sien, wat bezielt je? Van wie weet jij, dat ik een kleinigheid heb verdiend?”

„Brammie, je hebt je dikwijls op de borst geslagen, dat niemand in de stad zoveel wist als jij. Dat is geschiedenis. Nu weet je vrouw méér.”

Hij stond op en ging naar haar toe. Met z’n sterke handen pakte hij haar onder de oksels, tilde haar op en zoende haar op de wangen, de ogen, de mond.

„Dekselse meid,” zei hij zacht.

„Jan Moker,” lispelde zij en haar ogen vonkten van pret. „Hoe lang wil je wegblijven, Sien?”

„Tot de hoogtijdagen. Want de feestdagen wil ik in eigen huis vieren met de kinderen.”

„Dat is maar kort, Sien.”

„Daarna gaan wij opnieuw. Naar Wenen.”

„Toe maar. En moet dat allemaal uit dat kleine winkeltje komen?”

„Ja ... en uit dat grote hart van Brammie Koperentuit, dat zo laat zijn staldeuren heeft opengeworpen.”

„Sien!”

„Ja, Brammie?”

„Sien . . . weet ik veel.”

Hij ging zitten en verborg zijn gezicht in z’n handen. En

176

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.