vormen, dat met deze eetzaal niets en met het vorige punt op de agenda alles te maken had: het smalle winkelhuis op het marktplein in het oude stadje, en zijn vader:
„Je moet niet met kleingeld rekenen. Van het kleingeld leef je vandaag en morgen. Het grootgeld beleg je ergens in.”
Door de sigaretten-rook in de houten eetzaal heen glimlachte hij tegen zijn vader.
174