Van twee Joodsche vragertjes

Titel
Van twee Joodsche vragertjes

Jaar
1918

Druk
1979

Pagina's
115



85

״En ze vragen, of God al dat leelijke weer wil ver-geten. En ze hopen, dat ze ,t nooit weer zullen doen.”

״Ja,” dacht Eva. Maar ze zei niets.

״Kijk, Eva, — op Joum Kipoer kom jij niet den heelen dag sjoel. En daarom zal ik je een beetje vertellen, hoe het eind van dien dag is. — Dan zijn de menschen heel stil van het lange vasten en van het vele denken. En ze hebben heel erg berouw. En dan ineens, als Joum Kipoer bijna is afgeloopen, roepen ze samen hardop uit, dat God de eenige God is in de heele wereld. En dan denken de menschen ineens weer eraan, hoe slecht ze geweest zijn, en hoeveel verdriet ze hebben gehad, en hoeveel verdriet ze anderen menschen hebben gedaan. En hoe goed God is. Dan zijn er wel eens menschen, die erg moeten huilen, omdat ze denken aan al het verdriet. Maar ineens wordt er één keer op den sjoufor geblazen. En dat beteekent: ״ ״Vooruit! Niet meer aan je verdriet denken en aan wat je voor slechts hebt gedaan! Nu moet je weer beginnen, om goed te worden. Flink zijn. Vooruit!"” Dat zegt de sjoufor. En de menschen kunnen weer flink het nieuwe jaar beginnen.”





Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.