Van twee Joodsche vragertjes

Titel
Van twee Joodsche vragertjes

Jaar
1918

Druk
1979

Pagina's
115



76

en jullie mogen me allebei een hand geven. Maar je moet in je bedje blijven. Dan slaap je straks beter in.”

Weer bliksem. Weer donder. Jaap huilde nog.

״Nou moeten we samen opletten,” zei Moeder. ״En als het weer bliksemt, zullen we samen be-rocho zeggen.”

Moeder waschte even hun handen.

En toen het weer bliksemde, zeiden Moederen Eva samen:

:ברוף אתה יי אלהינו העולם עשה מןגשה ?ראשית

״Dat beteekent,” zei Moeder, ״dat God alles gemaakt heeft, — óók die bliksem. En dat je daarom heelemaal niet bang moet zijn.”

״Ja maar,” zei Eva zacht, ״als er nu brand komt!”

״Kom,” zei Moeder, ״dat zal wel niet gebeuren. En God zorgt toch voor ons allemaal, dus we hoeven heelemaal niet bang te zijn.”

Eva vond het zoo heerlijk, dat ze Moeders hand vast mocht houden.

״Als het weer dondert, zeggen we de berocho over den donder,” zei Moeder.





Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.