76
en jullie mogen me allebei een hand geven. Maar je moet in je bedje blijven. Dan slaap je straks beter in.”
Weer bliksem. Weer donder. Jaap huilde nog.
״Nou moeten we samen opletten,” zei Moeder. ״En als het weer bliksemt, zullen we samen be-rocho zeggen.”
Moeder waschte even hun handen.
En toen het weer bliksemde, zeiden Moederen Eva samen:
:ברוף אתה יי אלהינו העולם עשה מןגשה ?ראשית
״Dat beteekent,” zei Moeder, ״dat God alles gemaakt heeft, — óók die bliksem. En dat je daarom heelemaal niet bang moet zijn.”
״Ja maar,” zei Eva zacht, ״als er nu brand komt!”
״Kom,” zei Moeder, ״dat zal wel niet gebeuren. En God zorgt toch voor ons allemaal, dus we hoeven heelemaal niet bang te zijn.”
Eva vond het zoo heerlijk, dat ze Moeders hand vast mocht houden.
״Als het weer dondert, zeggen we de berocho over den donder,” zei Moeder.