VERKLARENDE WOORDENLIJST
arbang-kanfous: een vierhoekig kleed met ‘schouwdraden’ dat orthodoxe jongens en mannen onder de bovenkleding dragen barmitswo: zoon van het gebod, d.w.z. verplicht tot het vervullen der geboden; een jongen wordt barmitswo bij het bereiken van de dertienjarige leeftijd
bensjen: het dankgebed na de (brood)maaltijd gesjiewes: een goed mens Jomtov: feestdag
kichelich: een speciaal soort gebak, dat op Poeriem wordt gegeten. Ook wel Hamansoren genoemd (Haman wilde het joodse volk doen vernietigen ten tijde van de regering van de Perzische koning Achasjwerosj. Dit verhaal staat opgetekend in de Rol van Esther en wordt op het Poeriemfeest voorgelezen) kidoesj: gebed ter inwijding van Sjabbat en feestdagen kosjer maken: vlees kosjer maken, d.w.z. in water zetten en daarna inzouten om het bloed te laten uittrekken
laajnen: volgens bepaalde toontekens zingend voorlezen van tekst-
afdelingen uit de Vijf Boeken Mozes (de Torah)
mah nisjtannoh: aanhef van het tweede fragment uit de haggada
(het verhaal over de uittocht uit Egypte) waarin bij voorkeur door
een kind vragen over de Seidermaaltijd (het gehele gebeuren ter
herinnering aan de uittocht) worden gesteld
mangaseir: tiende geven, d.w.z. het tiende deel van het inkomen
aan liefdadige doelen besteden
mongouz tsoer: eerste woorden van een lied dat wordt gezongen na het ontsteken van de kaarsen op het Inwijdingsfeest (Chanoeka); deze kaarsen worden op acht opeenvolgende avonden aangestoken - iedere avond één kaars méér; ook wel de menora (achtarmige kandelaar) aansteken genoemd
onbesjrieje: niet te veel geroemd; ongeveer in de betekenis van
148