Rozijntje

Titel
Rozijntje

Jaar
1929

Overig
herdr 1981

Pagina's
152



poosje flink zijn en je werk blijven doen?’

Rozijntje zat heel stil, met de handen voor de ogen. Ze was toch beter nu, nu Lea bij haar was. Nu ze gehuild had en hardop gezegd, dat ze niet meer kon. Nu kon ze wel weer. Ja, nu kon ze wel weer. Als het toch maar vooral niet te lang meer zou duren.

Lea tikte met kloppend hart aan de deur van de ziekenkamer.

Rozijntjes vader zat in een stoel voor het open raam.

Hij moest alleen nog maar sterk worden. De ziekte was voorbij.

Lea had hem maar een paar keer opgezocht en iedere keer gezien, hoeveel hij vooruitging, en daarom durfde ze, wat ze nu ging doen.

Ze had een stoel genomen en was tegenover hem gaan zitten, ook voor het raam.

‘Hoe gaat het er mee?’ vroeg ze uit gewoonte, en om het gesprek te beginnen.

‘Dat gaat wel. Ik ben al veel beter.’

‘Als u al veel beter bent’, begon ze met een bevende stem, ‘dan wou ik over iets met u praten.’

Hij keek haar vragend aan.

‘Over Rozijntje’. En toen hij wachtte en niets ze, begon ze dadelijk maar.

‘Rozijntje kan niet meer.’

Hij keek verschrikt op. ‘Hoezo?’

‘Doordat u ziek bent geweest. Ze heeft het altijd al zo druk gehad, en toen u ziek was, heeft ze voor u gezorgd, zo goed, dat dokter niet begreep, hoe ze het kon. Maar nu u beter bent, nu kan ze niet meer.’

‘Juist nu ik beter ben ?’

‘Ja. Ze heeft het zo lang volgehouden als ik het niet gekund zou hebben. En ik ben al een en twintig en zij is maar een meisje van zestien.’

148

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.