Rozijntje

Titel
Rozijntje

Jaar
1929

Overig
herdr 1981

Pagina's
152



ngezrie meingiem hasjeim. Mijn hulp komt van God, Die hemel en aarde gemaakt heeft.

En toen wist ze het. En toen ging ze binnen in vaders slaapkamer en liet de gordijnen wat zakken en zette een glas water naast zijn bed neer en ging zitten wachten, stil en rustig, tot dokter zou komen. Ze kon zo gemakkelijk stil en rustig zijn. Ze wist immers vanwaar haar hulp kwam.

Lea kwam verschrikt thuis. Ze had zelf de boodschap van buurvrouw aangenomen en mocht toch niet eerder weggaan.

Rozijntje ontmoette haar in de gang. ‘Vader is erg ziek’, zei ze, ‘dokter is nog niet geweest.’

‘Hoe is het gekomen?’ vroeg Lea. En ze dacht aan het bleke gezicht van de laatste dagen. En ze dacht met schaamte, hoe zij hem onder handen had willen nemen. Wat gelukkig, wat gelukkig, dat ze het niet gedaan had! Ze zou natuurlijk gedacht hebben, dat het daardoor gekomen was.

Jupie kwam uit school, fleurig en lawaaiig.

‘Juup’, zei Rozijntje, ‘je moet een beetje stil zijn, want vader is ziek.’

Jupie schrok eventjes.

‘Zal ik bij hem gaan?’

‘Nee’, zei Rozijntje. ‘Vader slaapt nu. Je moet alleen maar heel stil zijn.’

In Jupie’s herinnering dook vaag iets op van vroeger tijden, toen moeder ziek was, toen moeder hem dag gewuifd had en ‘dag Jupie’ had gezegd. Hij vond dat iets prettigs om aan te denken, die kamer en dat bed, en moeders lieve stem, en hij wou wel heel graag naar boven. Misschien was vaders stem ook zo geworden, nu hij ziek was. Maar Rozijntje had gezegd: Niet naar boven en alleen maar stil zijn.

141

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.