velletje net gekreukeld vloeipapier, - had ze nieuwe dingen van oude dingen gemaakt.
Hij draaide zich weer om, met de rug naar de bloese en de stropdas en de niet-nieuwe broek en de bretels.
Had hij nu niets vergeten? Ineens moest hij lachen. Als ie een meisje was, moest-ie een schortje voor, een schoon schortje, - hi-hi! Bang dat ze hun jurkje vuil maakten!
Hij zou maar helemaal niet gaan slapen, dan was hij morgen zeker op tijd. Rozijntje kon hem best vergeten te roepen.
Wacht, hij zou haar nog even waarschuwen dat ze ’t niet vergat. Even opstaan. Wacht, daarzo. Hij was een beetje moe in z’n benen, als hij nu was uitgerust, dan zou hij opstaan en Rozijntje waarschuwen, dat ze hem op tijd moest roepen...
Maar toen hij even had uitgerust, scheen de zon in zijn kamertje en stond Rozijntje voor z’n bed en zei:
‘Juup! Opstaan! Je moet vandaag naar school!’
‘Jupie, Jupie, eet je boterham toch op!’
Hoe kon hij nu in ’s hemelsnaam een boterham doorslikken, als er minstens twintig proppen van z’n maag tot boven in z’n keel zaten!
‘Zal ik een drupje koffie in je melk doen?’
‘Tien druppels alsjeblieft.’
De tien drupjes koffie hielpen een beetje. Die maakten het mogelijk, de melk door te slikken, en de melk duwde de twintig proppen opzij, en toen ging er ook een reepje boterham in.
Naast z’n bordje stonden de griffelkoker en de sponsdoos. Dan vergat hij dat tenminste niet.
Rozijntje liet maar genade voor recht gelden, en was tevreden, toen hij een kroes melk met tien drupjes koffie en een halve boterham op had.
De mond werd nog eens afgewassen, de handen nog eens ge-
102