Tirtsa

Titel
Tirtsa

Jaar
1952

Druk
2000

Overig
6ed

Pagina's
177



HEBREEUWSE WOORDEN

Kibboets — nederzetting op gemeenschappelijke grondslag; meervoud: kibboetsiem.

Chawér — gezel, makker, lid; vrouwelijk:    chawéra;    meervoud:

manlijk en vrouwelijk: chawériem, chawérot.

Noar — jeugd. Alijat Noar — Jeugd-Uitzending.

Mottèk — schattig.

Agoeroth — Israëlische muntstukken. De munteenheid van Israël is het Israëlische Pond (IL), dat is onderverdeeld in 100 agoeroth. (Enkelvoud: agoera).

Tsabre — in Palestina geborene; eigenlijk: stekelige, van binnen zoete cactusvijg.

Shalom — „dag!”; eigenlijk: vrede.

Channoeka — Inwijdingsfeest; valt ongeveer december; herinnert aan de Maccabeeënstrijd tijdens de Tweede Tempel.

Fellachen — Arabische boerenarbeiders. (Geen Hebreeuws woord).

Pesach — Overschrijdingsfeest; valt ongeveer maart; herinnert aan de bevrijding uit Egypte.

Magen David — Davidsschild; twee driehoeken door elkaar. (De g uitspreken als in het Franse woord Grand).

Trampen — liften. (Eng. woord).

Tender — kleine vracht-auto. (Eng. woord).

Gewoonlijk valt de klemtoon op de laatste lettergreep, behalve als de laatste letter een stomme e of een korte klank is (tsabre, jé«).

De woorden: kibboets?em, chawériem, chawéra, chawérot, worden uitgesproken met de klemtoon op de laatste lettergreep.

In de namen: Haifa, f/ermon, Ra/iél wordt de h uitgesproken als een zachte ch, zoals, in loochenen.

168

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.