360
NAPOLEONS LAATSTE LEVENSJAREN
het eind in een triomph-zang overgaat. Buiten dreunt steeds het kanon. De nationale garde presenteert het geweer. De invalieden, die geschaard staan om hun Keizer te ontvangen, knielen tegen het consigne — als één man neer.
Op dat oogenblik treedt de koning, gevolgd door zijn geheele Huis en door alle princessen en prinsen van den bloede, de stoet te gemoet, die door den prince de Joinville wordt vooraf gegaan: „Sire, zegt deze: „je vous présente le corps de 1’empereur Napoleon”.
„Je le repois au nom de la France,” antwoordt de koning met een luide stem. Daarop noodigt hij den grand maréchal Bertrand uit den degen van den Keizer op de kist neer te leggen en verzoekt den generaal Gourgaud het steekje van Napoleon er naast te plaatsen, waarna de kist in het schip van de kerk, onder een schitterende catafalk, wordt neergezet.
De lijkdienst begint. Hij duurt twee uur, waarbij — na het De Profundis — het Requiem van Mozart wordt gezongen door de grootste artiesten, die Frankrijk op dat oogenblik bezit. Om half vier sprenkelen de Aartsbisschop en de koning het wijwater over de kist. En hiermee was de plechtigheid afgeloopen.
Acht dagen lang, van den 16den tot den 24sten December, bleef de kerk, waarin men alles gelaten had, zooals het tijdens de plechtigheid was geweest, voor het publiek geopend. Meer dan 200.000 personen defileerden voorbij den grooten Keizer!
De wensch van Napoleon, neergelegd in de tweede paragraaf van zijn testament, was vervuld:
„Je désire que mes cendres reposent sur les bords de la Seine, au milieu de ce peuple franpais que j’ai tant aimé!”