330 NAPOLEONS LAATSTE LEVENSJAREN
secours sur eet affreux rocher; son agonie est effroyable” . . . Eindelijk toch bracht toch Hudson Lowe het verzoek over. Doch wijl het den hiërarchischen weg zou moeten volgen, zouden er wel zes maanden verloopen vóór het van Hudson Lowe in handen van Lord Bathurst kwam, van dezen in handen van zijn collega voor Buitenlandsche Zaken. Vervolgens overgebracht aan den minister van Buitenlandsche Zaken, Pasquier, in Frankrijk, en zouden er minstens tien maanden voorbij gaan, voordat de nieuw-benoemde geneesheer op St. Helena zou aankomen Hoe weinig vetrouwen Antommarchi ook inboezemde, gaf hij ten minste den indruk geneesheer te zijn en waar hij zelf het hatelijke en verkeerde van zijn gedrag inzag vroeg hij om vergeving, beloofde zich te verbeteren en kreeg hij verlof om te blijven en zijn dienst te hervatten. Dit geschiedde op den 6den Februari. Lang echter duurde de verandering van zijn gedrag niet.
Antommarchi nu, was niet de eenige die den Keizer wilde verlaten. Er begon op Longwood een neiging te heerschen om naar Europa terug te keeren. Reeds op het einde van 1820 was de lakei Gentilini vertrokken en spoedig na hem uitten Chan-delier en verschillende andere bedienden, wier gezondheid min of meer was aangedaan, de wensch om van St. Helena weg te gaan. Ook de Montholon deed pogingen om weg te komen, ten minste hij schreef, aan zijn vrouw, tot in de helft van Februari 1821 telkens over de mogelijkheid iemand in Frankrijk te vinden die zijn plaats bij den Keizer zou kunnen innemen. Ook Ber-trand en zijn huisgezin, vertoonden tot dien tijd de neigingen, aan hun reeds lang-gekoesterde plannen om weg te gaan, gehoor te geven. Het is duidelijk, dat geen der lieden uit s’ Keizers omgeving het ernstige van zijn toestand inzag, hij was al zooveel jaar sukkelend en men begon hem te beschouwen als iemand die altijd klaagde, als iemand die altijd ziekelijk was en die toch iedereen in zijn omgeving zou overleven.
En de Keizer werd zieker! Op den 17den Maart, den dag, dat de priester Buonavita naar Europa zou terugkeren en door Antommarchi naar James Town werd vergezeld, waar deze ouder gewoonte het verder gedeelte van den dag doorbracht, kreeg de Keizer hevige maag-en ingewanaspijnen en gaf hij een stuk bloed op. Toen Antommarchi eindelijk terug was en hem een geneesmiddel wilde toedienen, weigerde hij en zeide, op zijn borst wijzend: „Eh! non, ce n’est pas faiblesse, c’est la force