2 50
takken, egaal-doffend een gelijke matheid van kleur, die toonloos ineenvloeide met de weeke zweving van lichtloozen damp rondom.
De stilte stond beweegloos, wijd-zwijgend een weenende rust. Alleen het weeke nêer-klakken der druppels tikte regelmatig en kort, een klein-dofïfend geluid in de lêege doodheid van den heen-sleependen dag.
Jan. ’93—Oct. '94.