94
NABESCHOUWING.
Het is ten slotte gebleken, dat de vrijstellingsstempelS in het algemeen een zeer betrekkelijke en tijdelijke waarde bezaten. Alleen de houders van 30.000-, 70.000-, 100.000- en 108.000-stempels bleven van deportatie verschoond; dit betrof circa 10.000 personen. Een aantal Joden, voorname-* lijk personen, die geen vrijstelling bezaten en op hun eigen initiatief waren aangewezen, trachtten zich door „onderduiken" aan de deportatie te onttrekken. Het aantal „ondergedoken" Joden bedroeg naar schatting 25.000 personen. Evenwel werden ongeveer 10.000 door de Duit-schers ten gevolge van razzia's, verraad, huiszoekingen, onvoorzichtigheid etc. gearresteerd en alsnog gedeporteerd. Anders dan bij de latere niet-joodsche „onderduikers" waren de Joden op individueele hulp aangewezen; organisaties, die zich met de verzorging van „onderduikers" belastten, bestonden toen nog niet. Men heeft zich juist aan de Joden gespiegeld en dientengevolge illegale organisaties voor dit doel opgericht. In een later stadium hebben deze wel hulp aan de reeds „gedoken" Joden verleend. Naast de vele gevallen van werkelijke opofferingsgezindheid van goede Nederlanders, die voor hun joodsche landgenooten leven en goed in de waagschaal stelden, zijn ook helaas slachtoffers van laaghartige elementen te betreuren,- gevallen van chantage, verraad, berooving waren geen uitzondering. Zelfs gevallen van moord zijn bekend geworden.