Japanse Verzen

Titel
Japanse Verzen

Jaar
1903

Pagina's
108



XXXIX.

Sayonara.»)

De laatste rozige’ eiland-toppen stuiven Reeds weg in witte wazen, di aantijgen Van ’t Oosten, waar straalloos de Zon golf-kuiven Voor zilveren kim koolrood berimpt. — Nog nijgen — ’t Kleed eng saam vattend — geisha’s tot mij,

[schuiven

De lucht betrippend nader: lachend stijgen Zij achter ’t zeil van ’t witte schip en wuiven Er wind in met hun wajers. Maar plots zijgen Zij in ’t azuur bijeen met droef geöog,

Waar ’t zog — hun loop te snel — de kiel navloog. Tans: arme moesmé’s, hoe met lonken, wenden Gij m’ook wilt houden in Uw tooverban,

Kan ’k slechts van ver U nog wat kussen zenden Als laatst: »Vaarwel!* — »Tot weerziens!* —

[aan . .. Japan!

Amsterdam.

1898—1902.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.