'Hij kon het niet missen, meneer.'
'Het is altijd wat anders. Als hij het maar doet.'
'Ik zal het zeggen, meneer.'
Ik vertel het ook aan vader, maar als het geld er niet is?
Soms krijg ik een gulden mee.
'Dat is niet voldoende.'
'Ja meneer.'
'Je weet toch dat het een rijksdaalder moet zijn.'
'Ja meneer, maar hij had het niet.'
Ik wou dat we de loterij wonnen. Dan konden we in één keer afbetalen en hoefde ik er nooit meer naar toe.
Ik denk ook dat ik uit de ajc ga. In Tuindorp was het veel fijner dan in Zuid en hier moet je alles betalen. Ze hebben kapsones ook, ze maken verschil, net als in de familie en net als op school.
Maar vandaag doe ik mijn Rode-Valkenbloes aan, we gaan met zijn vieren naar Saartje, ze is jarig en wordt zestien. Het gaat voor het eerst goed met haar. Ze heeft minder koorts en wordt dikker.
'Vind je mijn bloes mooi, Saartje?'
Ze lacht een beetje, ze is nooit voor de ajc geweest.
Ik krijg nog een rode das, die hoort erbij, maar ze waren uitverkocht.
'Ach, al die uniformen.'
Vindt Saartje dat heus? Of gewone kleren zo mooi zijn. Ik ben blij met mijn bloes.
'Wilt u aanstalten maken.'
Is het al zo laat? We moeten weg van de zuster.
Weer wuiven we naar Saartje en ze lacht speciaal tegen mij, net of we een geheimpje hebben. Met haar hand gooit ze ons zoentjes achterna. Wij doen het terug, ik ook, de jongens zien het toch niet.
Heb ik Saartje verteld dat we muizen hebben?
140