Saartje gebakken botje

Titel
Saartje gebakken botje

Jaar
1983

Druk
1983

Overig
1ed 1983

Pagina's
144



Halverwege de treinreis stapte Beer bij ons binnen. Hij nam me onderzoekend op, fronste zijn wenkbrauwen en vroeg aan vader of hij naast hem mocht komen zitten.

Terwijl hij vader een sigaartje aanbood vroeg hij aarzelend: 'Woont u niet in Tuindorp?'

'Kort geleden nog wel,' antwoordde vader, die de kapitein niet kende, verbaasd. 'Gaat u ook naar het Gooi?'

'Mijn dochter is pas opgenomen in het kindersanatorium,' vertelde Beer, 'ze ligt in Hoog-Blaricum.' Hij vroeg zich af hoe een meisje plotseling tuberculose kon krijgen. Of verdriet er mee te maken had. En spanningen.

'Ze beweren dat het een armoeziekte is, maar als kapitein heb ik nooit armoe gekend.'

Onhandig zwijgend zaten de mannen naast elkaar. Eigenlijk vond ik Beer best aardig, zo aardig, dat ik bijna moest huilen.

'Soms vraag je je af of het verleden er ook invloed op kan hebben gehad,' begon vader. 'Saartje ging altijd in Arnhem logeren, bij de ouders van mijn vrouw. Die waren toen al niet goed, en zij zijn allebei aan tuberculose gestorven. Kan zo iets doorwerken, vraag je je dan af. Van zo'n rotziekte genees je nooit helemaal. De bacillen worden ingekapseld, tot ze op een ongunstig ogenblik hun kans grijpen!'

Ik hing aan vaders lippen als hij zo sprak.

132

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.