Een geintje

Titel
Een geintje

Jaar
1975

Druk
1975

Overig
1ed 1975

Pagina's
132



broekzak, en terwijl hij me voorging kon ik in het licht van een lantaarn op het naambordje lezen: Joh. Duivenoord.

Op de trap was het donker. Wij stommelden naar boven, terwijl ik stevig de trapleuning vasthield. In de oorlog was ik zo eens, met krantjes in mijn zak, van een trap gevallen en me aan het touw waarmee de deur wordt opengetrokken vasthoudend, was ik heelhuids naar beneden gesleurd.

Op de tweede verdieping waren we er. Het lampje van een zaklantaarn gaf de plaats aan.

Een kat begon klaaglijk te miauwen en krabde aan de binnenkant van de deur totdat Duivenoord die had geopend, en nu liep het beest kopjes gevend voor zijn voeten.

Terwijl mijn vroegere maat de groene, pluchen overgordijnen dichtschoof, ging ik aarzelend aan de vierkante tafel zitten in het midden van de kamer. Er stond nog een bord op het tafelzeil, waaromheen broodkruimels lagen verspreid, juist in de schijn van een matglazen hanglamp. Naast mij, breed uitgespreid op de grond, lag een nummer van Wiering's Weekblad.

'Kijk maar niet naar de rotzooi/ verontschuldigde de man zich. Tk ga een bakkie koffie zetten.'

Het was er koud, maar het kon ook de nachtdienst zijn, dan rilde je soms van de slaap. Ik schrok. De poes sprong op mijn schoot, en nu klauwden zijn nagels in mijn broekspijpen.

Johan Duivenoord kwam binnen met twee dampende koppen koffie. Het smaakte, ofschoon ik die

93

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.