hout jullie moeten vertellen.'
'Sodemieter hem daar toch vandaan, voorzitter/ riep iemand, en het boegeroep ontnam me de mogelijkheid nog één woord te spreken. De grond danste onder mijn voeten, en ik hield me aan de tafel vast om niet te vallen.
'Heus, ik was er tégen, ik wil jullie alleen maar waarschuwen/ brulde ik opnieuw, en mijn stem klonk zo luid dat ik er bang van werd. Toen duwde iemand me opzij, rukte de microfoon uit mijn hand.
'Luisteren jullie godverdomme toch. Ik ken hem van vroeger, uit de Sneevliet-beweging.'
Terwijl hij doorsprak, legde hij een hand op mijn schouder. Vaag herkende ik zijn Twents dialect, het was Leendert, uit de jeugdbeweging van voor de oorlog. De zaal was stil geworden, en duidelijk hoorde ik hem zeggen: 'Ja, ik ken hem van vroeger, en als hij zo iets zegt liegt hij het niet.'
11 7