Iemand lachte schamper.
'Als jullie mij niet geloven, vraag het dan aan Rensenbrink/ en hij gebaarde met zijn vinger, zodat iedereen omkeek naar de vakbondsbestuurder, die nauwelijks opgemerkt aan een tafeltje was gaan zitten.
Weer was het stil. Natuurlijk moesten de arbeiders meedoen met de andere kranten, de staking betrof immers ook hun belangen. De collectieve arbeidsovereenkomst gold voor alle dagbladen. Alleen niet voor het administratief personeel, met zijn eigen cao, maar die werd altijd aangepast aan de met de technische cao bereikte resultaten. Ik keek om mij heen, en ontdekte slechts een enkele kantoorbediende. De kantoorbedienden zouden vast niet mee-staken, en het was ook van weinig belang, want op het vervaardigen van de krant hadden zij geen enkele invloed. Wat moest ik doen als stenograaf? Onze afdeling viel onder de administratieve cao. Bovendien had ik Klaas Overflakkee beloofd dat hij geen moeilijkheden met me zou krijgen. Daar moest ik me aan houden. Het was wel moeilijk. Blijven werken als de arbeiders de straat opgingen, aan die mogelijkheid had ik nooit gedacht, en daar voelde ik ook weinig voor. Stel je voor dat de stalinisten zouden schrijven: ׳De schoonzoon van Sneevliet is een onderkruiper.' Trouwens, wat zou mijn schoonmoeder ervan zeggen als ik bij een staking aan de kant bleef staan? Mijn ontslag aanbieden? Dat kon ik altijd nog doen. En daarna? Als je zelf ontslag nam kreeg je niet eens werklozensteun. Ik moest
102