Krantenstaking
'We moeten ook de straat op/ klonk het door het geroezemoes in de kantinezaal op de vijfde verdieping, waar arbeiders druk gebarend elkaar poogden te overtuigen: zetters spraken met drukkers, lithograf en met binders.
'Dat kunnen we niet doen/ vond een oudgediende.
'Waarom niet?' riepen stemmen door elkaar.
'Omdat de vakbond er niet achter staat/ antwoordde de één.
'Het is onze eigen krant/ bezwoer de ander.
'Bij verschillende dagbladen wordt toch ook gestaakt/ luidde het steeds weerkerend argument, 'moeten wij dan niet meedoen?'
Toen deed iedereen een stap achteruit.
Directeur Riemersma was ongemerkt binnengekomen, in een zwarte overjas alsof hij voor de zondag was gekleed, tas onder zijn arm, zijn anders zo rustig-vriendelijk gezicht in-bleek en zorgelijk. Hij trok met zijn kin, snoot voortdurend zijn neus, riep om stilte, en als bij toverslag kringden de arbeiders om hem heen.
Riemersma was gezien in het gehele bedrijf. Hij flikte nooit iemand een kunstje, en als hij iets voor je kon doen zou hij het niet laten, zonder onderscheid des persoons, of je nu redacteur was of handzetter, en daarom vond iedereen hem een rechtvaardige kerel. Zijn vader was een bekend socialis
100