daarmee het verdrag van Versailles geschonden.' Trotski heeft het duizend keer herhaald: Hitier aan de macht betekent oorlog. Wat zal er nu gebeuren? Colijn spreekt 's avonds voor de radio, en de hele zaal luistert ademloos mee: de dienstplichtigen moeten voor onbepaalde tijd in dienst blijven. Alle verloven zijn ingetrokken.
Het is Pesach, joods Pasen, een week lang. Een week lang geen dienst, en niemand kan mij controleren. Elke dag vertel ik naar de synagoge te moeten, die ik nog nooit van binnen heb gezien. Samen met Nathan, van het Achttiende Regiment Infanterie op hetzelfde kazerneplein. Hij is een oude vriend, uit de partij en uit de jeugdbeweging. Eenmaal buiten de kazerne discussiëren wij er op los. Een deel van de partij, onder leiding van Frank van der Goes, is zich tegen de gedachte van een nieuwe, Vierde Internationale gaan verzetten, en keert zich internationaal fel tegen Leo Trotski, in Nederland tegen Henk Sneevliet.
Het zijn pijnlijke gesprekken want Nathan en ik waren goede vrienden, zo zelfs dat ik van hem ben gaan houden. Nu beledigen wij elkaar met de scherpste argumenten alsof wij persoonlijke vijanden zijn geworden.
En als wij eindelijk afzwaaien, in de vroege zomer van 1936, gaan de wegen van Nathan en mij uiteen, verdwijnt hij uit mijn leven, een van de velen die ik heb leren kennen in de revolutionaire beweging en die zich als een schim in de mist oplossen zodra je het niet meer met elkaar eens bent. Maar voor Henk Sneevliet en zijn traditionele medestanders ben ik plotseling een figuur van belang geworden, een van de weinige oud-osp'ers die aan zijn kant zijn blijven staan. Zo word ik hoofdbestuurder van onze restant-jeugdorganisatie,
108