DE LAATSTE LOODJES
In Italië hebben partizanen Mussolini opgehangen aan een lantaarnpaal. En zo kent de geschiedenis toch rechtvaardigheid, al duurt het vaak te lang. De Sovjettroepen staan op het punt Berlijn in te nemen. Hitier is nu aan de beurt van het wereldtoneel te verdwijnen. De oorlog is aan zijn laatste weken begonnen. Maar met voedsel kunnen we daar niet meer op wachten. Sinds enige dagen is in Amsterdam de voedselvoorziening geheel stopgezet. En ik besluit, of Bep het nu goedvindt of niet, zelf op de fiets naar de boeren te gaan om wat bij elkaar te schooien.
Ik ga mijn licht eens opsteken bij oude vrienden in Tuindorp Nieuwendam, aan de grens van de polders. Met de vrouw ben ik nog samen op het Jodenschooltje aan de Laanweg geweest. Zij en haar man zijn verbaasd als ik bij ze op het raam klop, en binnenstap zonder jodenster, en met een vals persoonsbewijs. Ik vertel ze van een van de laatste brieven van vader uit Westerbork, waarin hij schrijft dat hij Jacob Glas, de vader van mijn vriendin, in het kamp heeft ontmoet, en daar blij om is. Ze zijn heel oude vrienden, hebben samen als jonge kerels nog in Londen gewerkt.
'Mijn vader wou emigreren naar Amerika', vertelt ze nu. Hij is toen door mijn grootvader tegengehouden. 'Je kan me als enige zoon niet in de steek laten', zei hij, 'wie zal er straks kaddisj voor me zeggen als ik doodga?'
De vrouw zwijgt. Wie zal voor haar vader, ergens in Polen, kaddisj zeggen als hij niet meer terugkomt?
143