Het ergste is, dat er nog twee meisjes in bed liggen te luieren. Misschien zijn ze tussen de achttien en twintig jaar oud. Opnieuw ram ik met de mattenklopper op een blauwe kokosloper, totdat ik geen gevoel meer in mijn bovenarm heb. 'Je doet maar net alsof je Hitier onder handen hebt', heeft de slagersvrouw lachend gezegd.
En nu wordt er 'Sjeffie' geroepen. Bedoelt ze mij ? 'Ja, jij, Sjeffie...'
Ik veeg mijn voeten op de dweil, voor de ingang van de slagerij, loop de winkel binnen. 'Hierheen', roept de slagersvrouw, 'wij zitten in de keuken.'
De hooismaak van de surrogaatthee voelt flauw aan in mijn mond. Je kan net zo goed water drinken. Nou ja, het is warm en je rust even uit. Maar wat moet ik bij die drie vrouwen doen? De twee dochters keken niet eens op, toen ik binnenkwam, ze kletsen aan één stuk door met hun moeder. Knappe meiden zijn het wel. Die ene, met het kroeshaar en de grote bruine ogen is zeker de oudste. De jongste is lichtblond. Met haar blauwe ogen en wipneus kan ze net zo goed een boerendochter zijn. Zonder ster zou niemand denken dat ze joods was. Maar ze is het wel. Hoe zou het zijn, een nummertje te maken met een joodse vrouw? Zou ik er dan ook last van hebben dat het te vlug komt? Te schamen hoef ik mij niet, voor hen is iedere geschikte man immers besneden. Vroeger dacht ik zelfs dat joodse meisjes ook besneden werden.
'Wat deed je eerst voor werk?' vraagt de slagersvrouw, een klein, beweeglijk mensje met een Gronings accent.
'Ik stond bij mijn vader in de schoenmakerij toen hij naar een werkkamp moest.'
Wat ik voor de oorlog deed gaat ze niet aan.
106