omvormden) hadden geschorst, hebben zij uitgerekend dat er vier leden aanwezig moesten zijn voor het noodzakelijke quorum. Daarom hadden ze mijn aanwezigheid nodig om enige stappen te 'legaliseren'. De vraag of ik er voor of tegen was kon ze niet veel schelen.
Natuurlijk kan men een of twee keer van een dergelijke toestand gebruik maken, door te dreigen het quorum te verbreken, en op die wijze heb ik getracht ze een beetje te kalmeren, opdat de werkelijke beslissingen door het Wereldcongres worden genomen, maar het betreft een haast onmogelijke, en zelfs een enigszins onwaardige toestand.
In werkelijkheid hadden zij hun vergadering vrijdagavond al gehouden, en men heeft mij tegenover kant-en-klare voorstellen geplaatst, en de discussie erover was slechts een drogbeeld. De vergadering heeft maar vier uur geduurd (zij is 's middags om vier uur begonnen en Ernest moest om acht uur weer weg). Dikwijls was ik slecht op de hoogte, dat wil zeggen ik moest me heel vlug oriënteren en ik kan slechts hopen dat ik niet te veel stommiteiten heb begaan. In elk geval is het een toestand die niet kan voortduren. Ik neem niet meer in mijn eentje beslissingen die, terwijl zij onze kort geleden gevormde tendens aangaan, in werkelijkheid betrekking hebben op de toekomst van de Internationale. Mijn ware rol was een beetje hun 'enthousiasme' te remmen en, voor het geval ik daar niet in ben geslaagd, het bestaan van onze tendens te onderstrepen opdat de Internationale weet wat er aan de hand is. Tegelijkertijd heb ik ze eraan herinnerd dat een 'Internationaal Secretariaat' van drie leden niet reglementair is.
Wat de personen betreft: Pierre is erger dan ooit. Het is iemand die alleen nog maar kan leven in fractiestrijd en intriges, die — voor hem — het wezen van de beweging zijn
388•