wet. U bent dus werkelijk niet van plan iets te verklaren? Dan blijft u in hechtenis. In elk geval wil ik u wijzen op uw recht een advocaat te nemen.'
'Goed mevrouw, ik wil graag de advocaat die mijn vriend Michel ook neemt.'
'Dat kan ik niet toestaan vanwege de mogelijkheid van collusie.'
Verschrikt kijk ik haar aan. 'Ik heb toch recht op de advocaat van mijn eigen keus?'
'Ja, maar niet die van uw vriend. Daar beslis ik over.'
'Dan neem ik helemaal geen advocaat en kom zelf wel voor mijn rechten op.'
'Dat zou heel onverstandig van u zijn.'
'Toch doe ik het.'
'Dan heb ik u verder niets te zeggen', en zich tot een parketwacht richtend: 'U kunt verdachte meenemen.'
Terug in de rechtbankcel op het Kleine-Gartmanplant-soen ga ik zitten op de met een ketting vastgeklonken kruk, sta weer op, doe vier stappen heen, vier stappen terug, trek de kruk weer naar mij toe. Als ik maar wist wat ik moest doen. Eigen advocaatje spelen? Wat weet ik van de wet? Met gebeunhaas is Michel ook niet gediend. Ik moet gauw beslissen, straks komen ze me halen om me weg te brengen. De bel klinkt hol na in de stenen gang. Dan brengt de parketwacht me weer naar de rechter-com-missaris.
'Mevrouw', zeg ik aarzelend, en met een strak glimlachje luistert ze naar mijn verzoek.
3zi