Doodse stilte.
'Goed, het is afgelopen', zegt Michel scherp.
Terwijl Ernest opkrabbelt, pakt Pierre driftig zijn ak-tentas en stopt er zijn papieren in. C'est fini. Daar gaan ze, het trio Ernest, Pierre en Livio, woedend en ook verbijsterd, want op een opdonder hadden ze niet gerekend, je vecht niet lijfelijk met elkaar in de revolutionaire beweging. Ineens voel ik mij beschaamd, natuurlijk had ik zoiets niet mogen doen. En Ernest laten doorschreeuwen totdat de mensen op straat waren blijven luisteren? Plotseling herinner ik mij dat Ordzjonikidze, toen Lenin nog leefde, werd gestraft omdat hij had gevochten met een partijgenoot. Maar hij zat in de leiding van de Russische Communistische Partij, en die ander was een gewoon lid. Daar is nu geen sprake van. Ik ben toch geen bureaucraat die op de vuist gaat om een lid zijn wil op te leggen? Ernest heeft ons in een noodtoestand gebracht, dat is het punt.
'Hier wordt nooit meer vergaderd', zegt Hella fel, 'het is schandalig.'
Plotseling begint Michel onbedaarlijk te lachen, kan niet meer ophouden . Dan wordt hij ernstig en zegt: 'Ach, in de leiding van de Russische bolsjewistische partij stonden ze elkaar ook naar het leven, en na afloop van de vergaderingen gingen ze glimlachend naar buiten. Zo hoort het ook', voegt hij eraan toe terwijl hij mij even aankijkt.
'Heeft Dzerzjinski op die manier niet een hartverlamming gekregen?' herinner ik mij onlangs bij Isaac Deutscher te hebben gelezen.
'Inderdaad', antwoordt Michel, 'maar toen schreeuwde hij zo tegen Trotski om Stalin te verdedigen.'
'In de psychoanalytische beweging ging het in de begintijd net zo toe. Dat heeft een Oostenrijkse trotskist mij
296