wel als een pequeno burgués, want de beweging gaat boven alles, ook als je vrouw ernstig ziek is en je je bovendien geen raad meer weet omdat ze je hebben laten stikken in de moeilijkste omstandigheden.
En ik schrijf die brief vol zelfkritiek, terwijl ik mijn hand zou kunnen afhakken omdat ik weet dat Posadas mij liet stikken gedurende het jaar van mijn verblijf daarginds en niet omgekeerd, maar ik schrijf hem. Wat kan het mij verdommen. En tegelijkertijd voel ik me vernederd en een lafaard, tot ik zelf niet meer weet hoe ik me voel en wat ik ben, of ik goed of slecht heb gehandeld toen ik van daarginds vertrok en nu ik deze brief heb geschreven. En het spookt door mijn hoofd: kleinburger, zoon van een gesjochten schoenmaker die zijn gezin nauwelijks te eten kon geven als zijn klanten staakten en hij ze uit solidariteit pofte; in 1938 schoonzoon van Henk Sneevliet geworden, met de oorlog als perspectief; enig overgeblevene van het joodse gezin waar je uit bent voortgekomen. Sal Santen, de kleinburger.
En weer is er een Wereldcongres, het Vierde, met een grote afvaardiging uit Latijns-Amerika. Carla is er ook, en als wij elkaar zien kussen wij elkaar ter begroeting op de mond, alsof wij oude geliefden zijn, en toch heb ik al die tijd daarginds als een monnik geleefd. Zij vertelt mij dat Alfonso een brief heeft gestuurd aan Michel waarin hij schrijft dat Sal het juist heeft gezien wat de tactiek in Latijns-Amerika betreft, en nu is iedereen, ook Posadas het er mee eens. Michel houdt er op het congres een inleiding over, en verklaart nadrukkelijk: 'Met zijn bijdrage heeft Sal de theorie verrijkt.'
De scheuring in de Vierde Internationale is een feit,
2-73