houden', wordt geroepen, en wij zijn het daarmee eens. We verspreiden manifesten. Een vooraanstaand stalinistisch leider roept iedereen op om naar huis te gaan. 'Laat je niet provoceren', draagt hij zijn steentje bij. Het lukt hem ook nog de arbeiders naar huis te praten. Vol trots verklaart hij dat één communist machtiger is dan tien politieagenten.
Teleurgesteld bedankt Ernst Mulder als lid van de Internationale, omdat de arbeiders toch niet naar ons toe komen, al plegen de socialisten verraad aan het socialisme, en al doet de communistische partij daaraan mee. Je ziet het toch?
Verbeten zetten wij door. Wij richten ons met een verzoek tot de Verenigde Naties om de Russische afgevaardigde Wysjinski aan een verhoor te onderwerpen, omdat hij tijdens de Moskouse processen de openbare aanklager was, die Trotski, en alle nog levende leiders van de Oktoberrevolutie op last van Stalin tot fascistische samenzweerders heeft uitgeroepen.
Het helpt allemaal geen bliksem.
Geld is er ook niet meer, want na enige maanden blijft de steun uit Parijs uit. Die kunnen er niets aan doen, herhaal ik tegenover Bep, en zij antwoordt: 'Dat weet ik heus wel, maar waarom heb je daar niet van tevoren aan gedacht? Jij hebt intussen je werk bij Het Parool opgezegd.'
Dat is waar. Annie Schmidt, de cheffin op de documentatie heeft zich verbaasd afgevraagd of het 'onze Santen' is, die voor de trotskisten kandidaat staat voor de Kamerverkiezingen. Dat heeft Max Perthus mij verteld, die nu op mijn plaats bij Het Parool werkt. Met een handkar en een megafoon zwalken wij 's avonds door de straten van Am
202