'En toch ga ik niet werken als er wordt gestaakt.'
'Ook als je er niets mee van doen hebt?'
'Ja•'
'Waarom dan?'
'Zo voel ik het nu eenmaal.'
'Je bent wel star.'
Ik gaf geen antwoord meer. Maar zien wat er verder van kwam.
'Zo'n rothouding heb ik toch niet aan je verdiend', zei Klaas, en zijn stem sloeg over van woede.
Nu schaamde ik me, mijn schouders trokken samen, doch ik wilde het hem niet laten merken en ging weer rechtop zitten.
'Tegen wie ben je nu in opstand? Tegen mij?' vroeg Overflakkee.
'Je bent gek', antwoordde ik haastig.
'Tegen de directie soms? Vind je dat ze je onderdrukken? Dat het bonzen zijn?'
'Dat hoor je mij niet zeggen.'
'Maar God hoort je brommen. Laat ik jou vertellen dat alle twee de directeuren, hoe verschillend ze ook zijn, de een vriendelijk en begrijpend, de ander nors en naar jouw mening een rechtse reformist, 's nachts over het welzijn van de krant piekeren als jij ligt te snurken. Het is hier geen kapitalistisch bedrijf. Daar schijnt niemand een idee van te hebben. Het is een heel zware opgaaf om uit de rode cijfers te blijven. En nu die staking. Klootzak', beet hij me toe, 'als je per se niet wilde werken, had je dan ziek gehouden. Of had me ten minste opgebeld.'
Ik staarde voor mij uit, niet wetend wat te moeten antwoorden.
'Soms kan ik van jou niet slapen, geloof je me?' bromde
183