Terwijl hij doorsprak, legde hij een hand op mijn schouder. Vaag herkende ik zijn Twents dialect, het was Leen-dert, uit de jeugdbeweging van voor de oorlog. De zaal was stil geworden, en duidelijk hoorde ik hem zeggen: 'Ja, ik ken hem van vroeger, en als hij zo iets zegt liegt hij het niet.'
181