De voorzitter stond op, en het geroezemoes in de zaal verstomde.
'Ik heb hier de namen van alle bedrijven die aan de staking deelnemen. En ik heb goed nieuws. Ook de Europese editie van de Amerikaanse Times wordt niet gedrukt. Het is het troetelkindje van de Telegraaf-directie. Ze willen èlk bedrag betalen als die in ieder geval verschijnt. "Als we die krant zouden kwijtraken kost het ons land deviezen", zeggen ze, maar bedoelen natuurlijk hun eigen winst. Aan onze deviezen, óns loon, hebben ze maling.'
Gejuich steeg op uit de monden van de stakers.
Toen vroeg de voorzitter - 'Boucher heet ik', schreeuwde hij de zaal in - wie zich opgaf voor de discussie. Handen gingen omhoog, namen werden genoteerd. 'Jij ook, jij moet ook spreken', drong Hilda met klem bij mij aan.
Om beurten beklommen typografen het podium om te vertellen waarom zij staakten, waarom moest worden doorgestaakt. Vaak spraken zij scherp en goed, soms stamelden zij enkele woorden en liepen weer haastig de zaal in. Nieuwe gedachten werden geopperd, waarop niemand scheen in te gaan, tot een arbeider erop voortborduurde.
'Schreuder', riep de voorzitter enige keren, 'Schreuder.'
Arbeiders keken om zich heen.
'Waar werkt hij?' werd er gevraagd.
'Jou bedoelt hij!' maande Hilda, 'ze verwarren je met iemand anders.'
Ik liep naar het podium en beefde. Tijdens de vorige sprekers had ik gepoogd in gedachten te formuleren wat ik zou zeggen, doch steeds weer overspoelden de stakingsleiders mij met hun woorden en dwongen mij tot luisteren. Ik wist het niet meer precies, en zei: 'De stenografen van Het Vrije Volk doen ook mee. Het gaat net zo goed om de
171