doodstil in de kantine. 'Ik spreek in jullie eigen belang. Er mag hier niet worden gestaakt. Het bedrijf kan het niet verdragen, en bovendien, staking bij de eigen socialistische krant, wat moet de buitenwereld daarvan denken? Het is al dom genoeg dat het personeel bij het Handelsblad en de Telegraaf het werk hebben neergelegd, en ons bedrijf mag daar niet aan meedoen.'
Zwijgend had men naar de directeur geluisterd, maar nu hij was uitgesproken klonk er gemurmel, toen stak Piet Schelfhout, zetter en lid van de Ondernemingsraad, een hand omhoog zoals een schoolkind zijn vinger opsteekt.
'Jij daar', wenkte de directeur, en Schelfhout vroeg alleen: 'Waarom niet?'
'Omdat er een collectieve arbeidsovereenkomst bestaat.'
'Die is al een half jaar verlopen.'
'Daarvoor is toch het overleg?'
'Dat is toch ook afgebroken?'
'Het kan elk ogenblik worden hervat.'
'Dan kunnen ze ons weer aan het lijntje houden.'
De directeur zweeg, staarde naar de grond.
'Goed, dat is onze schuld niet. Wij waren steeds bereid, aan de eisen van de vakbond tegemoet te komen.'
Iemand lachte schamper.
'Als jullie mij niet geloven, vraag het dan aan Rensen-brink', en hij gebaarde met zijn vinger, zodat iedereen omkeek naar de vakbondsbestuurder, die nauwelijks opgemerkt aan een tafeltje was gaan zitten.
Weer was het stil. Natuurlijk moesten de arbeiders meedoen met de andere kranten, de staking betrof immers ook hun belangen. De collectieve arbeidsovereenkomst gold voor alle dagbladen. Alleen niet voor het administra-
167