Op dit ogenblik kwam de dokter binnen, en schreeuwde: 'Godverdomme, wat is hier gebeurd...'
'De kleine is al geboren, dokter,' antwoordde de verzorgster schuchter.
'Hoe kan dat, zo gauw?' vroeg hij verbaasd, en toen: 'Het is nog geen half uur geleden dat ik wegging.'
'Opzij, weg hier,' bromde de arts tegen mij, 'ik moet uw vrouw nog even helpen.'
'Mag ik de klem?' gelastte hij de verzorgster, en bond de navelstreng er mee af.
'En de schaar...'
Met een handige beweging knipte hij de navelstreng door.
Ik liep naar Lies toe, en nu kuste ik haar op het voorhoofd.
Zij knikte even, haar hoofd uitgeput op het kussen.
'Nu moet u echt weggaan,' zei de verzorgster. 'Straks komt de nageboorte. De dokter wil liever niet dat u daarbij bent. Het kindje is er toch al...'
Op haar tenen liep moeder met mij mee naar de gang.
'Dat is godzijdank goed afgelopen.' Haar stem beefde. 'Gefeliciteerd, mijn jong. Vandaag mag dat ouwe mens je wel een zoen geven.'
Even voelde ik haar lippen op mijn wang, en ik kuste haar onhandig terug op haar neus.
'Heb je gezien dat ons meiske appelwangetjes heeft?'
'Ga jij nu even boodschappen doen. Het lijstje ligt binnen op tafel. En zorg dat je bijtijds aan school staat om Elsje en Wessel te vertellen dat ze er een zusje bij hebben gekregen. Dan ga ik weer naar Lies.'
Zij zweeg een ogenblik, als wist zij niet meer wat zij wilde vragen.
'Drie kinderen, dat is een heel gezin.'
'Wij waren ook met zijn drieën vroeger, bij mijn vader
178