kersbond mee helpen opbouwen, en hij was in Londen gaan werken samen met zijn broer die niet eens zo knap was als hij en die daar secretaris van de bond was geworden terwijl opa terug moest naar Nederland. Jammer. Anders was ik Engelsman geweest.
'U was boven op het schip toen het stormde, hè opa?' vroeg ik.
'Wat bedoel je?' Grootvader keek verwonderd.
'Nou, dat heeft vader zelf verteld. Toen jullie in Engeland gingen wonen. Iedereen was zeeziek behalve u, u ging gewoon op het dek met de stuurman praten.'
Opa grinnikte.
'En vader zegt dat u altijd iedereen wakker maakte 's morgens vroeg. Als u niet meer kon slapen moesten ze allemaal opstaan.'
'Die vader van jou is stapelmesjogge. Heb je mijn band ook gezien?' Hij bedoelde die breukband, nou ja, een band met ballen. Hij zag niet eens dat hij ervoor stond, zo kippig was hij. Haastig raapte ik de riem op, gaf hem aan opa en veegde mijn hand aan mijn broek af.
Opa slofte weer naar de keuken om zich verder aan te kleden. Even later kwam hij terug met een zak aardappelen, een pan, een mesje en ging aan tafel zitten.
Nou kon ik het vragen, wat ze hadden gezegd op het jo-denschooltje. Dat als je vader het riiet wist je misschien wel een grootvader had die Seideravond wilde vieren en met jou het gebed wou opzeggen van de uittocht van de joden uit Egypte en hun bevrijding door Mozes.
'U heet Mozes, hè opa?' vroeg ik. Mousje zei opoe tegen hem en Maurits was naar hem genoemd. Stel je voor dat ik Mozes heette, Salomon was al zo erg. Als je het goed beschouwde waren Maurits en ik samen Sammie en Mosie, bij wijze van spreken.
'Waarom vraag je dat?'
89