ARMOEDE EN ONDERLING HULPBETOON. 53
ken. Wel vormt zich hier het materiaal voor nieuwe groepen van bedeelden.
Vele pogingen tot werkverschaffing, pogingen, die veelal, als in onze dagen, zonder resultaat eindigen, werden ondernomen.
Het Zij de-windhuis, waar door 70 kinderen zijden en kemelsgarens getweernd worden, mag eigenlijk niet als instituut voor werkverschaffing beschouwd worden; wel, naar de opvatting uit die tijden, het Spin- en Rasphuis en het Werkhuis.
Het zuiverste type van werkverschaffing is het instituut voor weldadigheid, waar geweven, gesponnen, gebreid en wol bereid wordt.
Er schijnen veel armen te zijn geweest, die weigerden in dit instituut te komen werken. „Nochtans kon een kind met breien acht tot tien stuivers in de week winnen, al gaat het den hal ven dag school; een goede spinster kan een rijksdaalder, tot drie gulden toe, in de week verdienen, en een best wever zes gulden.”
Zoo zette de nieuwe eeuw zich in. Het zou echter nog erger worden. Een van de verschijnselen uit dien tijd, welke den graad van ellende uitdrukt waarin het volk verkeerde, is het aantal te vondeling gelegde kinderen; van 488 in 1800 steeg het tot 855 in 1817. Dit misbruik bestaat in onzen tijd gelukkig niet meer.