194 EEN stukje politieke geschiedenis.
Amsterdam ging n.1. als volgt toe. Duizend of twee duizend namen werden onder de stemgerechtigde burgers, of onder hen, die daarvoor gehouden werden, verspreid. Velen echter van die duizend personen waren reeds overleden, of woonden niet meer in de gemeente. Ër was in het geheel geen leiding, er werd geen overleg gepleegd en evenmin werden er candidaten gesteld. De stemgerechtigden vernamen verder niets van de zaak en moesten nu maar uit die lijsten hun keuze doen. Van den afloop der stemming hoorden zij ook niets, noch hoeveel stemmen er voor een verkiezing noodig waren, noch hoevelen van hun stemrecht gebruik hadden gemaakt. Volgens den schrijver werd bij deze orde van zaken de stembevoegdheid, het staatkundig recht van de hoofdstad, in 80 mannen geconcentreerd. De geheele politieke werkzaamheid van de burgerij bestond in het benoemen van dezen. De gekozenen kozen dan weer rechtstreeks de leden van den Raad.,
De politieke belangstelling was zoo gering, dat de meerderheid der stemgerechtigde burgers in den regel het stembiljet oningevuld liet. De stemgerechtigden waren over het geheel lauw en onverschillig.
Ook in 1847 werd aan de burgers een waarschuwing gericht, naar aanleiding van de jongste be-