EEN STUKJE POLITIEKE GESCHIEDENIS. 193
kwam daarin verandering, toen aan Burgemeester Van der Poll, die tot staatsraad in buitengewonen dienst was verheven, op zijn verzoek eervol ontslag werd verleend en in zijn plaats Mr. W. D. Cramer werd benoemd.
Dat de belangstelling in politieke aangelegenheden in Amsterdam niet zoo heel groot was, blijkt o. m. uit een brochure van het jaar 1845, getiteld: „Aan de stemgerechtigde burgers van Amsterdam.” De schrijver wijst er daarin op, dat er eerstdaags te Amsterdam verkiezingen zullen zijn. Van de zijde van het Gemeentebestuur was aan de goede ingezetenen reeds een vaderlijke proclamatie gericht, waarin de stemgerechtigde burgers herinnerd werden aan het gewicht, aan den aard en de waarde van de burgerrechten en burgerplichten. De schrijver betreurt het ten zeerste, dat de stemgerechtigde burgers van Amsterdam tot zulk een toestand van staatkundige onverschilligheid gezonken zijn, dat men bij het driejaarlijksche aftreden van een derde der kiezers in de hoofdstad geen spoor of zweem van politiek leven ontmoet. Volgens den schrijver draagt voor een deel de stedelijke regeering zelf de schuld van de algemeen lauwheid, die zij in haar jaarlijksche proclamatie terecht ten laste der stemgerechtigde burgers aan het licht helpt brengen. De stemming in
AMSTERDAM EN ZIJNE BEVOLKING. 13