184 EEN STUKJE POLITIEKE GESCHIEDENIS.
Comités waren: een voor de Financiën, een voor Koophandel en Zeevaart, en een voor de Waakzaamheid, aan welks hoofd de Maire stond, en dat de zorg voor de politie en de veiligheid had. Eiken Woensdag vergaderden de Representanten, terwijl iedere 14 dagen een president en een vice-president benoemd werden, die de volgende 14 dagen het voorzitterschap zouden waarnemen. Uit de vier Comités werd een college van 16 leden benoemd, dat het dagelijksch bestuur vormde. Verschillende van de Representanten hadden ook reeds deel uitgemaakt van de Regee-ring onder het ancien régime. Ten teeken hunner waardigheid droegen zij bij plechtige gelegenheden, wanneer zij „in officio bij het publicq paraisseerden,” onder den rok een zijden lint, waarop het woord „Representant” stond.
In 1797 nam de Raad het voorstel van eenige zijner leden aan, om het aantal der leden op de helft te brengen. Dit voorstel moest echter, volgens de bepalingen van het Reglement voor de volksstem, aan de goedkeuring van de burgerij worden onderworpen, hetgeen in de grondvergaderingen geschiedde. Het werd daarin echter verworpen met 3393 tegen 2896 stemmen; 150 stemmen waren blanco. De Raad bleef dus uit 60 leden bestaan.