Amsterdam en zijne bevolking in de negentiende eeuw

Titel
Amsterdam en zijne bevolking in de negentiende eeuw

Jaar
1920

Pagina's
270



176

DE GEMEENTEHUISHOUDING EN HARE FINANCIËN

Inkomsten:    Uitgaven:

M

00

<1

0

ƒ 4-9I9-32I>23

ƒ 4-374-342»3°

1880

„ 12.273.502,74

„ 11.213.941,87

1890

„ 18.339.270,17

,, 17.066.707,61

1900

„ 32.539.341,65

„ 27.637.522,61

1910

„ 37-65°4°3>23

„ 35.442.731,41

1919

„ 57.977.054,22

„ 57.977.054,22

Om de vergelijking zoo zuiver mogelijk te houden, worden uitsluitend de netto-inkomsten en -uitgaven gebezigd. Gewone en buitengewone inkomsten en uitgaven vermelden toch sommen, die menigen lezer den schrik om het hart zouden doen slaan. Het is niet om deze reden, dat zij hier buiten beschouwing gelaten worden, maar omdat zij ten aanzien van de opofferingen, welke de burgerij zich getroost om het huishouden in stand te houden, niets met zekerheid zeggen.

Deze opofferingen zijn niet bepaald gering; maar de last, die ioo jaren geleden te torsen viel, was ook niet licht. De „additioneele stuivers” brachten in het jaar 1810 f 2.199.647 op, of per hoofd der bevolking ƒ 10,74. Amsterdam is er niet aan ten gronde gegaan. Wel ging het slecht met de stad, toen de belasting steeds lager werd. In 1875 was de opbrengst van de inkomstenbelasting per hoofd ƒ 4,05. Daarna gaat het crescendo,

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.