170 DE GEMEENTEHUISHOUDING EN HARE FINANCIËN
ken, die op vertoon van een door den stadsdokter afgegeven bewijs, om niets daarvan gebruik mochten maken.
Er werd in die dagen gepleit voor „zeebaden” aan het Y, als middel „tegen de schandelijke gewoonten van onbeschaamd, geheel naakt, in de stadsgrachten te zwemmen.” Daardoor zouden de openlijke wegen, „welke de weldenkende schoonen bij warm weder niet zonder blozen bewandelen konden” weer worden geopend.
Behalve met groote hygiënische maatregelen, belastte op het einde der eeuw de overheid op voorbeeldige wijze zich met de zorg voor het drinkwater der burgers. De verbeterde straatverlichting begint Amsterdam het aanzien te geven van een wereldstad; zij maakt ook een einde aan de nog altijd veelvuldige gevallen van verdrinken door het bij mistig weer per ongeluk te water loopen, hetgeen in den ouden tijd gemiddeld aan 60 burgers per jaar het leven kostte.
Van de straat- tot de huis verlichting is maar één stap. Deze stap, op den weg der gemeentelijke bedrijfsvorming voor gas en electriciteit gezet, wordt met veel rumoer begeleid.
Dan komt het vervoerwezen aan de beurt. Amsterdam moet zijn electrische tram hebben. Ook hier grijpt de overheid de touwtjes. De oplossing