DE GEMEENTEHUISHOUDING EN HARE FINANCIËN 169
Hetgeen Amsterdam, totdat de Gemeente ingreep, op het gebied van bad-en zweminrichtingen aan de bevolking bood, was van weinig beteekenis.
Het in 1795 gebouwde voortreffelijke badhuis in de „Plantaadje” was weer verdwenen. Voor den gemeenen man had deze instelling trouwens weinig beteekenis. De prijs van de warme en koude baden was één gulden en 10 stuivers. Voor hoo-geren prijs kon men ook kruide- en schrikbaden nemen. Er bevond zich in dat gebouw ook een „schoone zaal voor de badgasten.”
In 1815 kwam een tweede bad- en zweminrichting tot stand, aan welke evenmin een lange levensduur beschoren was. ,,In de van ouds bekende” Schiet-Doelen, langs een aldaar gelegen 36 schreden langen en 7% schreden breeden tuin, waren 25 badkamers voor mannen gereed gemaakt. Het badhuis grensde aan een stuk land, dat uitgegraven en voor een zwembassin zou worden ingericht. Het was 56 voeten lang en 45 voeten breed. Het voornemen was, om dit bassin met door schuiten aangevoerd water te vullen. Er waren verder in het plan een zaal voor ververschingen en op de eerste verdieping 6 badkamers voor vrouwen.
De prijs was een daalder, of, per abonnement, 5 baden voor vijf gulden.
Eén bad was afgezonderd voor behoeftige zie-