132
SPIJS EN DRANK.
Toen Napoleon in 1811 Amsterdam bezocht, schijnt hem of zijn geleide deze misstand bijzonder te hebben getroffen. Althans op 24 December van dat jaar werd per Keizerlijk decreet bevolen, dat er eene Commissie, bestaande uit twee ingenieurs, twee scheikundigen en drie artsen benoemd zou worden, om de plaats te zoeken „waar het zuiverste en voor de gezondheid dienlijkste water te vinden was”. Van deze plaats af moesten, „door middel van waterleidingen, 200 duimen versch water uit de rivieren naar de stad gevoerd worden.”
Haar rapport luidde, dat het water te Vreeland het best en altijd goed was en dat het, in -een af dalende reeks, in de volgende plaatsen minder goed was bevonden: Nichtevecht, Hinderdam Uitermeersche Schans en Damrak.
Van het plan kwam niets terecht.
Steeds grooter werd het aantal bepalingen en voorschriften, dus groot moet het misbruik en wel slecht moet hetwater zijn geweest. Slecht en duur.
Geen wonder, dat de overheid zich geroepen achtte, ook omtrent den prijs voorschriften uit te vaardigen.
Volgens het tarief mochten voor 100 emmers 15 stuivers en 12 penningen worden betaald. Iedere emmer moest 12 mengelen — 1 mengel was 1.81 Liter — inhouden.