129
SPIJS EN DRANK.
porten doorbladert van „Een Geneeskundig Com-mité” en daarbij vergelijkt hetgeen o.m. door Dr. L. Heyermans, in zijn boek betreffende de beroepsziekten, omtrent de oorzaken van lood-vergiftiging wordt medegedeeld, verbaast zich, dat niet een veel grooter deel der Amsterdamsche bevolking door „loodkolijken” werd geteisterd.
Voor het bekleeden der bakken en goten werd lood gebruikt; vele platten, vanwaar het regenwater naar de goten heenvloeide, alsmede de buizen waren van lood vervaardigd.
Of de goten bedekt waren of niet, de aantasting van het lood door, en de vermenging daarvan met het water, bleef niet uit, om nog te zwijgen van talrijke andere mogelijkheden, waardoor dit regenwater voor menschelijk gebruik ongeschikt werd. Men denke eens aan de qualiteit van het drinkwater, dat, bij warm weer, eenigen tijd in de goten is blijven „staan”! Geen wonder dus, dat zulk water, eenmaal in den regenbak verzameld, zeer vaak brak werd.
Toch werd dit water voor huishoudelijke doeleinden gebruikt en het genoot zelfs de voorkeur boven het schuitwater, dat als aanvulling werd beschouwd. Dit water werd aangevoerd in daartoe ingerichte vaartuigen, waterschuiten genaamd, met een inhoud van plus minus 80.000 liter. Het
A34STERDAH EN ZIJNE BEVOLKING. 9