SPIJS EN DRANK. 121
der stad gevestigd, en de zoogenaamde meer-boeren uit Ouder-Amstel en omgeving, Haarlemmermeer, Aalsmeer, etc. zouden hun groenten in vaartuigen wel aan de markt blijven brengen. Dat deden zij ook, totdat hun belangen elders beter gediend werden.
Werden de telers in oude tijden nog eenigs-zins beschermd tegen slechte practijken van de schippers of aanvoerders, die in aan dezen toebe-hoorende vaartuigen de groenten naar Amsterdam brachten, langzamerhand verdween deze bescherming geheel. Marktprijzen werden niet openbaar gemaakt, de telers moesten op goed geloof de afrekening aanvaarden en zagen niet zelden door kwade practijken hun bestaan bedreigd.
Amsterdam hield op te zijn de plaats waarheen de telers met vertrouwen hun groenten konden zenden. Door het stichten van veilingen ter plaatse van de productie wisten zij hunne belangen beter te dienen. Had Amsterdam nog in de eerste helft der 19e eeuw te kust en te keur groenten, aardappelen en fruit, later moet het zich behelpen met tweede en derde qualiteiten, met het overschot, dat spreekwoordelijk voor Amsterdam goed genoeg was.
Inmiddels bepaalde zich de taak van de gemeente tot niets anders meer, dan tot het ver-