105
SPIJS EN DRANK.
of de derde klasse leeft grootendeels van aardappelen en goedkoope groenten, waarbij zij somtijds een stuk spek of vleesch voegen, voor zooverre zij in staat zijn, zich dit aan te schaffen. Meer gebruik nog maken zij van de zoogenaamde panharing, die, in groote menigte op de Zuiderzee en aan de kusten gevangen, in de pan gebakken wordt.”
In het laatste kwartaal der 19e eeuw zijn wij iets wijzer geworden omtrent de levenswijze der arbeidersbevolking van Amsterdam. Enquêtes, als gevolg van publicatie van budgets, bevestigen in het algemeen de verstrekte gegevens: het vleesch-verbruik bij dat deel der bevolking is, bij gebrek aan koopkracht, zeer gering. In het algemeen voedt de Amsterdamsche bevolking zich met minder vleesch dan oudtijds het geval was, hetgeen echter niet wil zeggen, dat de voeding minder doelmatig is. Dit terrein is echter, ook voor deskundigen, moeilijk begaanbaar.
Het Vischverbruik.
Ofschoon het met cijfers niet duidelijk te bewijzen is, zoo valt er toch niet aan te twijfelen, of Amsterdam heeft zich te schamen over zijne steeds geringere belangstelling voor een goeden