79
VERVOERWEZEN.
waarvan plus minus 500 vrachtauto’s, het af.
Evenals een honderd jaar geleden, verkeert het straatbeeld in een periode van overgang. De vigilantes, of wel hare verbeterde nazaten, hebben hun tijd gehad. De sleeper werd koetsier en de koetsier wordt chauffeur. Zelfs bij bruiloften en begrafenissen dringen de luxe-auto’s alle andere voertuigen op zij. Aan de standplaatsen vindt men geen „aapje,” rijtuig of landauer meer en de stalhouder, wien voor Zondagmiddag een „open kales” wordt besteld, zou moeite hebben te gelooven, dat hij niet gefopt wordt.
Nog slechts plus minus 300 rijtuigen zijn ingeschreven. Heeft de „toeslee” het uitgehouden, zij het ook tot het vervoer van oude jongejuffrouwen, tot ongeveer 1840, het is zeer twijfelachtig of het door paarden getrokken rijtuig het tot 1940 zal uithouden.
De vrachtvoertuigen? Deze schijnen gedoemd te zijn nog eerder te verdwijnen. Stormerhand verovert de vrachtauto de straat. Als Amsterdam geen bruggen had en een bestrating, die ook eischen stelde, dan zou voor haar alles moeten wijken.
In één opzicht blijft Amsterdam zichzelf getrouw. Wat ook verdwijnen moge, de handkar blijft. Niet minder dan 10.000 exemplaren door-