HOOFDSTUK V.
HET VERVOERWEZEN.
Voor hen, die meenen dat de drukte in de stad, ten gevolge van het toegenomen verkeer per as, nu wel haar toppunt bereikt heeft, die luidkeels roepen om bescherming van den voetganger, is het niet onaardig er aan te herinneren, dat ook een honderd jaar geleden goede liën van oordeel waren, dat het zóó niet langer kon blijven.
Een geheele reeks voorschriften is aanwezig, aan het stadsbestuur aangeboden, opdat de burgerij tegen ongelukken gevrijwaard zou worden. Dat was ten dage, dat de toeslee er nog niet aan dacht het straattooneel te verlaten. Zij zelve veroorzaakte wel-is-waar weinig ongelukken. Hoe zou zij — zoo een stumperd zonder wielen — iemand hebben kunnen overrijden?
Jero de Vries geeft in zijn Pelgrimages naar oude plekjes en oude tijden de volgende beschrijving van dit voertuig: „De slee had een somber, triestig uiterlijk, als iemand zonder beenen, die zijn onbeholpen romp over de straat voortsleept, ’t Was