iög
blijve, zeg, want die twee lende mótte nog uitgebeend worre, vooral.»
«Jja, baas», slikte hij z’n zwakke verweer-willen in.
En hij werkte tot diep in den nacht. Maar van de twee kwartjes van ’t mes kocht hij zich een nieuwe pet. Even dacht-ie ze aan een van de jongens in mindering te geven ... maar wat zou ’t helpen... en hij kon toch zoo niet voor schandaal bij de klante komme?»