hem tillen en hem neersmakken in zijn vuil! Een brutale vreugdewaan kwam weer in hem tintelen, zóó dat hij al meende die in zijn oogen te voelen priemen naar den gaap-kijkenden baas...
... Tot het plots weer kwam, de trap van het baasje naar zijn knechtschap, neerrameiend zijn onvaste idealisme, dat uit óen gebaar, een blik, een geur, tot paradijzen ver-bloeien deed een simpel geboomte, en met éen enkel gebaar verflardde zijn schoonheid weer naar Jt schreiende twijfel-donker...
Zij bleef stil aan tafel zitten zonder opzien van haar krant en de baas dempte zijn geeuw met z’n hand en nikte hem naderbij te komen: «Kom is hier, je heb nou toch niks te doen zeg, en die meid het zoo’n pesbui, doe me effe ’n lol van je en poets jij effe onze schoene en schuier eve onze kleere af, ze hebbe nie noodig zoo mooi te glimme hoor je, maar we motte nog met permissie een fèssiète make» gijnde-die, «bij de mama van me echtgenoot, van me geliefde echtgenoot,» wees-ie met z’n grooten dikken hand naar haar zij, «en nou kanne we zoo niet gaan, want daar komme al die fijne lui van me echtgenoote }r schlèp, ja dat mot me allemaal doen as me getrouwd is hoor je, denk dV maar om as je je niet an ’n touwtje leggelaat»
’n Zachte, naar spijtig verwrongen schreien brekende draaiing was in hem losgewrikt bij ’t huichelverzoek van den baas.
Zij had even opgekeken en met ’t hoofd naar de tafel neergebogen zei ze: «Och, as-ie *t niet doen wil, zal ik ’t wel effe doen.»