»Me vervéle,» — loog-ie — «met wie zal Jk uitgaan — waar ’k mee gaan kan die staan me niet an en andere ken ’k niet.»
«Mot je gaan, waar je geen gezelschap voor noodig heb,» ried ze, «ga naar *n goedkoop concert of voor ’n kleinigheid naar de schouwburg — daar hè je ook geen kamerade voor noodig — die volksconcerte binne wat prachtig voor 'n dubbeltje of vijftien cente — in ’t Paleis — mot je dan maar 's heengaan. )
«Ja, dat zou ’k wellis graag wille — maar dat mot je ook wéte, niemand zegt *t je ooit.»
«Dan weet je 't nou — hou je van muziek?»
«Dol!» zei-ie rustiger lachend — «ja, nou u ’t zegt, daar zal ’k is naar toe gaan.» — En ’n blij voornemen lichtte sterk door z’n hoofd, — hij zou stellig gaan en ’r vertellen van *t gehoorde — hij voelde weer opeens een krachtig-lichte schok door zich gaan, van nu weer beter doen gaan en veranderen.
«Komt u d’r ook wel ?» vroeg-ie, «of houdt u zelf niet van muziek ?»
«*k Hou 9r ook veel van,» zei ze, «maar 'k kom daar nooit, ’k zie de programma’s in de krant staan — maar och, ik kom nooit erreges — me man houdt daar niet van — we benne lid van Artis, maar "k geloof niet, dat we d’r tweemaal same geweest benne, — ’k ga nou wellis ’n enkele keer met Roos, maar toen ze kleiner was, was me dat ook te lastig.»
«Och,» lachte-die, «hij zal denke, ’k heb meziek en wilde beeste genog om me heen.»